| |
Indicator: Trends broedvogels van bossen (1990-2002)
Indicator Trend tussen 1990 en 2002 voor vogelsoorten met hoofdverspreiding in bosgebieden. De status van de meeste soorten wordt niet systematisch opgevolgd. Er is geen update in het vooruitzicht gesteld.
Analyse Beleidsdoel (richtwaarde: - streefwaarde: - norm: ) Langetermijndoelstelling MINA-plan 3+: “2010 en later: Het verlies van de biodiversiteit, met inbegrip van de genetische diversiteit, stopzetten door instandhouding, ontwikkeling en herstel van de natuur en het natuurlijk milieu en door het duurzaam gebruik van ecosystemen en soorten om de ecosysteemdiensten op lange termijn te garanderen”
Trend en doelafstand Globaal genomen gaat de toestand van de bosvogels er op vooruit. Twee soorten gaan toch nog verder achteruit.
Verklaring De positieve toestand van de bosvogels houdt verband met het streven naar een meer natuurlijke boom- en struiksoortensamenstelling en -structuur en het ouder laten worden van bomen, waardoor meer bossen geschikt worden voor kolonisatie. Soms is er nog een lokale achteruitgang. De oorzaken daarvan zijn weinig eenduidig. Mogelijk speelt toegenomen recreatie hierin een rol. De exacte invloed van de eveneens toegenomen predatoren zoals verschillende roofvogelsoorten is niet duidelijk. De bonte vliegenvanger lijkt ook te lijden onder klimaatsveranderingen. Voor trekvogels kan ook de toestand in de trek- en overwinteringsgebieden een rol spelen.
Verwachting
Achtergrondinformatie
Referentie
Natuurindicatoren, 2005. Boskwaliteit: Trends broedvogels van bossen (1990-2002). Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, Brussel. www.natuurindicatoren.be (versie van 18-02-2005).
|